Zuid-Afrika (3): blindschaken

De vorige log eindigde ik met dat ik naar Durban zou gaan, maar niet met wat ik daar zou doen. Dat wist ik namelijk niet, al was me wel verteld dat Durban een toeristenplaats is, met een strand en zo. Maar goed, ik kom aan op het vliegveld, de presidente van Chessa (ZA schaakbond) vangt me daar op (dat wist ik), we lunchen samen, ik word overgedragen aan een lokale organisator, die brengt me in een B&B (bed&breakfast), en meldt me op het eind van de middag op te halen voor de workshop. “Voor de wat?” “De workshop.” “Ehm, daar wist ik niets van….” Ik had dus niets voorbereid en ook geen materiaal bij me, maar dankzij een online backup wist ik toch wat uit te printen en de workshop (eigenlijk gewoon een training) te doen alsof ik al dagen op de hoogte was. Het was overigens voor allemaal scholieren van een jaar of 11, en wat de toegevoegde waarde is om die door een grootmeester een training te laten geven weet ik ook niet precies. Het zal of zijn dat men denkt dat een grootmeester het beter uitlegt dan een meester of andere sterke schaker, of dat een grootmeester misschien inspireert, of dat men gewoon graag een grootmeester wilt ontmoeten. Want grootmeesters, die ziet men niet vaak in Zuid-Afrika.

En dus is me al tientalen malen gevraagd of het me bevalt in Zuid-Afrika, waar ik woon, wat mijn rating is, wanneer ik begonnen ben met schaken, etc. Niet erg inspirerend helaas, die gesprekjes, maar het zal erbij horen. En dus geef ik dus niet alleen aan de olympiadeteams van ZA training, maar aan diverse jonkies (die overigens netjes hun vinger opsteken voor wat te zeggen), een slechtziende man etc. Da’s verder niet erg (en ik kan nee zeggen als ik het niet zou willen), ik ben alleen niet gewend om training te geven aan spelers ver beneden mijn eigen niveau.

Dimitri en Watu blind

Vrijdagavond speelde de zoon des huizes weer een toernooi, eentje waarbij ik ook werd ingezet: ik mocht een blindsnelschaakpartij spelen tegen de sterkste speler van ZA, Watu Kobese (“De leeuw van Afrika”). We stonden dus allebei geblinddoekt op het podium en vertelden elkaar met een microfoon de zetten. De klok werd door iemand anders bediend (en we wisten dus zelf niet hoeveel tijd we verbruikten, want dat konden we niet zien). Het leek me dat zetten pratend doorgeven verwarring kon geven (a en h, c en e, d en g kunnen verward worden) en inderdaad, al na een paar zetten bleek dat we elkaar niet begrepen hadden. De tweede poging ging gelukkig wel goed, voor mij in ieder geval: al was het maar een demonstratiepartij, het is toch niet leuk om ‘m te verliezen. Toernooien in ZA zijn verder niet heel anders dan in Nederland, al zijn ze vaak wel massaler (omdat er minder toernooien zijn) en moeten spelers hun eigen klokken meenemen (omdat klokken van de organisatie vaak werden gestolen).

Schaaktoernooi in Pretoria

Op de foto is linksvoor Johannes te zien, een van de spelers van het ZA olympiadeteam, terwijl zoon des huizes Ryan tegen het blonde meisje speelt. Vandaag zijn overigens de laatste vijf ronden van het toernooi, en omdat vader Pierre en moeder Lynne hun zoon moeten ophalen van het toernooi (openbaar vervoer bestaat niet in ZA, in ieder geval niet voor blanken) ben ik momenteel alleen ‘thuis’ met de honden Rook en Nina en dochter Michelle (die vier uur lang tegelijk kan telefoneren, msn’en en een soort van sms’en). Het huis voelt wel als een soort thuis overigens, wat dat betreft is het jammer dat ik morgen naar een B&B in Kaapstad (ruim duizend kilometer hier vandaan) ga (al kan dat ook een prettige plek zijn, en schijnt Kaapstad heel mooi te zijn). Dat het vliegtuig om 8.40 vertrekt (en ik dus heel vroeg op moet staan) is ook wel jammer.

You may also like...