Coach bij het EK jeugd in Porec 2: de rustdag

Op de rustdag van een toernooi in het buitenland (of in Dieren) moet gefietst worden, en daar doe je dan verslag van op je weblog. Dat was ik dus in Porec ook van plan. Nog even checken bij delegatieleider Dolf of het ok was dat ik niet meedeed aan wat voor plannen ze ook bedacht hadden voor de rustdag, en dat was het. Kon ik dus lekker gaan fietsen terwijl de rest naar een of ander zwemparadijs zou gaan! Het zwemparadijs bleek echter gesloten, het fietsplan kwam op een of andere manier in de whatsappgroep terecht (waar overigens vrijwel iedereen inzat, behalve ik met mijn oude Nokia) en opeens bleken er ook andere geinteresseerden. Nouja, een paar medefietsers vond ik niet erg, als het groepje maar niet te groot werd, dat het niet een toeristenritje zou worden.

Het groepje werd te groot. Het werd een spannend avontuur. Ik zal de hoofdrolspelers voorstellen:

Ivo, vader van Joris. Had ik eerder in het toernooi al in een wielershirt gezien, was bij de tourstart in Utrecht, die wilde dus sowieso mee.
Janne, dochter van Sandra. Heeft een bijna oneindige energievoorraad. Als zij een marathon zou lopen, zou ze na de finish zeggen dat ze nog wel een rondje wil. Heeft verder nog wat eigenschappen die niet per se goed zijn maar wel erg herkenbaar voor mij.
Sandra, moeder van Janne. Heeft wiskunde gestudeerd in Amsterdam, maar nu Brabantse.
Peng, coach. Best sportief, kan behoorlijk zwemmen, tafeltennissen en hooghouden, maar fietsen doet ze niet zo veel.
Betty, moeder van Matteo. Fietst best veel in Amsterdam, maar in haar eigen tempo.
Catheleijne, speelster. Bijna altijd opgewekt en positief. Ze is herstellende van een whiplash en een zware inspanning niet zonder risico voor haar, maar ze had evengoed erg zin om te gaan mountainbiken.

5023894Dat twee van de moeders wiskunde gestudeerd hebben zal niet helemaal toevallig zijn, het is in ieder geval voorstelbaar dat kinderen van wiskundedames een hoger dan gemiddelde aanleg voor schaken hebben. Het sprak me ook aan, twee betavrouwen. En toevallig had ik een boek mee dat aangeraden was door wiskundemeisje Ionica Smeets: “100 essential things you didn’t know you didn’t know about sport” van John D. Barrow waarin op een wiskunde manier naar verschillende sporten wordt gekeken. En ik dacht dat beide wiskundigen een opgave uit het boek wel op moesten kunnen lossen: “Als een dopingtest 95% betrouwbaar is en uitgevoerd wordt op een populatie waarin 5% doping gebruikt, hoe groot is dan de kans dat iemand die positief test doping gebruikt wordt?” Tot mijn verbazing beantwoordden beide dames deze opgave als een alpha, totaal verkeerd! Daarna heb ik geen woord meer met ze gewisseld natuurlijk (of misschien ook wel het tegenovergestelde).

Maar we zouden het over fietsen hebben. Stadsfietsen doen ze buiten Nederland niet zo aan, dus het werd mountainbiken, en gelukkig waren die bij het hotel zelf te huur. Het officiële plan ‘mountainbiken op de rustdag’ voorzag in een tocht na de lunch, maar dat vond ik niet genoeg, dus ging ik ’s ochtends ook, en Ivo ging mee. (Het officiële plan voorzag ook in dat er ’s ochtends op de rustdag aan schaaktraining gedaan zou worden, om in het ritme te blijven of zo, maar ten eerste zag ik daar het nut niet zo van in, ten tweede schatte ik in dat mijn pupillen daar niet zo’n behoefte aan hadden, en de opkomst bij mijn ‘zodat ik kan zeggen dat ik me er niet aan ontrokken heb mogen jullie om tien uur op mijn kamer komen voor een traininkje’ was inderdaad nul, mezelf niet meegerekend.) Ivo had ook al de routes bestudeerd, en zo gingen wij, twee stoere mannen (ahum), voor de zuidelijke route. We kwamen wat minder ver dan gepland, maar in de naar schatting 25 kilometer die we reden zagen we van alles. Verharde en onverharde wegen (yay mountainbike), waterskiën voor toeristen langs de kust, een mooi kerkje met moderne opwekkingsmuziek, de route ging ook nog dwars door een camping, en op vele smalle voetpaadjes (langs toeristen, en soms langs afgronden) waar je in Nederland zeker een boete zou riskeren als je er op zou fietsen, maar in Kroatië doen ze er niet zo moeilijk over. Een mooi fietsavontuur dus.

Fietsroute

De kaart die Ivo gebruikte om de route te bepalen. We begonnen ongeveer bij de rode H.

Terug in het hotel snel een powerdouche en een ander shirt aan, zodat er nog iemand naast me zou willen zitten bij het eten. Na het eten terug het stinkshirt aan (want ik zou toch weer gaan zweten) en beneden verzamelen. Ik had nog geen idee wie allemaal mee zouden gaan.

Ivo natuurlijk, en zoon Joris. Coaches Dolf en Frank ook, en zelfs Peng. Catheleijne, Sandra, Janne, Betty. Hoe kwam het dat er opeens zoveel mensen mee wilden? Had iedereen wel door wat de tocht zou inhouden? Nee.

Wat was er gebeurd? Catheleijne is zoals gezegd, erg positief en enthousiast. Dus toen Betty haar twijfels over de fietstocht opperde, zei ze “Gewoon meegaan! Is niets zwaars aan! En er gaat ook een kind van tien mee! Dus we rijden vast een rustig tempo.” Op dezelfde manier werd Peng overgehaald. Hadden ze het aan Ivo of mij gevraagd, dan was het antwoord geweest “We gaan echt niet alleen op verharde wegen rijden, we huren niets voor niets een mountainbike! Hoe zwaarder de weg hoe beter! En minstens dertig kilometer! Ja, Janne kan dat wel aan, die fietst soms honderd kilometer op een dag, maar als je niet tegen ontberingen kan wordt het afzien hoor! Bezint eer ge begint!” Maar ze vroegen het ons niet. Daar kregen ze spijt van.

Fietsen3

De hele groep op Peng na, terwijl Ivo rechts de kaart bestudeert.

Maar met tien mensen gingen we dus op fiets. Even tussendoor een tip: neem in zo’n geval geen rugzak mee. Ik had ‘m eigenlijk alleen mee voor het flesje water, maar de reservebanden (twee stuks) die de verhuurder meegaf moesten er ook maar in. En het gereedschap om b.v. zadelhoogtes te verstellen (bleek nuttig overigens). En het flesje water van Catheleijne, en meteen ook maar haar vest, en voor ik het wist zat ik met een zware tas op mijn rug! Dat is bepaald niet bevordelijk voor de wattages die je kan trappen. Hoewel je het ook als een extra uitdaging kan zien.

Het bleek al snel dat bij elkaar blijven niet echt makkelijk was, iedereen fietste op eigen tempo. Betty suggereerde al snel dat ze beter terug kon gaan, “Ik wil niet de groep ophouden”. “Ach welnee joh, we vinden het niet erg om af en toe te wachten” haalde Catheleijne haar over. Zolang de laatste bij ons was bleek dat inderdaad te gelden. Maar heel handig is het niet om verschillende tempo’s te hebben, alleen Ivo weet de weg en het communiceert niet handig als je een paar honderd meter van elkaar bent. Gelukkig hadden we Sandra, die heel sociaal (zo dacht ik eerst) voorstelde om even naar voren te fietsen om de mensen voorin te vragen weer even te wachten. “Fiets je mee” vroeg ze, “Ja hoor”, antwoordde ik, denkend dat ze gewoon een sneller tempo wilde rijden. Maar nee, ze wilde blijkbaar wraak nemen voor haar alpha-ontmaskering en sprintte weg, haha, je kan me toch niet bijhouden. Misschien waar, misschien niet, ik had geen zin in een sprint met nog een boel km te gaan en al een boel km achter de rug. De wedstrijd won ze overigens niet: toen haar pet van haar hoofd vloog moest ze alsnog op mij (de man met de pet) wachten, hehe.

Fietsen2

Een goede plek om uit te rusten (al gingen Joris en Janne ondertussen rondjes fietsen)

De eerste afvaller kwam na dit rustpunt. Catheleijne genoot erg van het fietsen, maar haar lichaam werkte niet mee en hoofdpijn maakte verder fietsen onverstandig. Maar hoe moest ze dan in het hotel komen? Gelukkig wist Betty dat te regelen: Matteo’s vader was zo aardig om met auto Catheleijne en haar fiets op te halen. Sandra en Dolf zouden met haar blijven wachten tot de reddende engel kwam, de rest fietste verder.

Al snel waren Betty en Peng weer een heel stuk achter. En dan niet een paar honderd meter, maar in de verste verten zagen we ze niet meer, op het punt waarop rechtsaf gegaan moest worden. Wat nu? Wachten kon nog heel lang duren, de kinderen hadden daar geen zin in en wij eigenlijk ook niet zo. We bedachten iets heel slims: op de weg krasten we een heel duidelijke pijl naar rechts met daarbij “Betty Peng” (zo jammer dat we geen foto ervan maakten). Dat konden we absoluut niet missen! En zo gingen we het meest lastige deel van de route in, een paadje gemaakt van steentjes waarop het bepaald niet stabiel fietsen was, zeker als je ook nog afdaalde en een bocht moest nemen, bovendien vlogen de steentjes ook nog alle kanten op. “Dit is niets voor Betty en Peng” dacht ik, en inderdaad, ze hadden blijkbaar naar alles gekeken behalve de weg en de pijl met hun namen erbij gemist. Ring ring. “We staan ergens maar we weten niet waar en ik vind dit echt niet leuk meer.” En ondertussen moest er ook nog doorgereden om de fietsen voor sluitingstijd terug te brengen naar de verhuurder. Frank en Ivo besloten terug te fietsen. Nu waren naast mezelf alleen de beide jonkies Janne en Joris over. En we moesten zonder kaart de weg terug vinden.

Fietsen1

Dimitri, Janne, Joris, hier nog aan het begin

Dat lukte min of meer: het fietsen over autowegen was niet zoals het gemoeten had en ook niet wat we wilden, maar het hotel werd bereikt, op tijd. “De anderen zijn misschien niet op tijd terug” opperde ik maar de man zei geen haast te hebben en na sluitingstijd was geen probleem. Uiteindelijk liep het allemaal ook wel goed af: Sandra en Dolf haalden Betty en Peng in, de uitdagende wegen werden vermeden, en via zeer verharde wegen waren ze maar iets te laat (en dus op tijd) terug. Ivo en Frank ook, al ben ik vergeten hoe.

Joris en Janne hadden overigens niet voor niets haast/ geen geduld om te wachten. Er was namelijk afgesproken om aan het einde van de middag te voetballen! En wel tegen Denen en Noren. Rechtstreeks van de fietsenverhuurder gingen we naar de lobby en we waren nog net op tijd, we zagen we een elftal Nederlanders wachten. Tijdens de fietstochtgroepssplitsing had Sandra mij en Janne op het hart gedrukt dat Janne nu mijn verantwoordelijkheid was en dat we wel op gras moesten gaan voetballen want Janne zou vast veel te enthousiast gaan voetballen en op asfalt/beton/steen kan dat best pijnlijk zijn. Janne en ik hadden snel daarna vastgesteld dat ze niet naar me zou luisteren als ik zou zeggen dat ze niet mocht voetballen, en dat was maar goed ook, want zonder Janne was het helemaal een afgang geworden, en het grasveld dat Ingrid (moeder van Jonas) uitgekozen had was ongeschikt om op te voetballen, o.a. omdat het best wel scheef af liep. Dan toch maar naar het voetbalveld verderop op asfalt (maar het kan ook beton of steen zijn). Twee Kroaten waren daar al aan het voetballen, wij waren met meer, maar in plaats van een vechtpartij werd het een belofte dat ze met ons mochten meedoen. Nederland-Denemarken!

Ik ging op doel staan, Janne in de spits, en nog een paar Nederlanders die konden voetballen, maar ook een paar die wel wilden meedoen, maar bang waren voor zowel bal als tegenstanders (en eigenlijk publiek op het veld waren). Elf tegen elf bleek ook wel een erg vol veld te geven. En we werden ingemaakt. Ik denk dat ik schade wel wist te beperken, maar alles tegenhouden lukte gewoon niet. Maar we wisten de eer nog wel te redden: doelpunt van Janne!

Voetbal

Tegen Noorwegen (met acht tegen acht dit keer, maar nog wel publiek bij onze acht) ging het iets beter: 3-2 verlies. Twee doelpunten van Janne! En assists van Joris. We hadden niet voor niets doorgefietst dus…

“Ben je al een beetje moe Janne?” “Nee.”

Tot slot: kan de hypothese “Fietsen op de rustdag is goed voor het resultaat van een dag later” gefalsifieerd worden?
Fietsers: 2 uit 3
Niet-fietsers: 5 uit 12
Nee dus.

(de foto’s zijn gemaakt door Betty en Sandra)

You may also like...