Avonturen in Kenia (3)

Na de blindsimultaan (zie vorige verslag) gingen we naar Nanyuki om daar de volgende ochtend op safari kunnen gaan. Dat is vanaf Nairobi zo’n 200 km als je de A2 neemt, maar de Keniaanse A2 is niet hetzelfde als de Nederlandse. Vooral in het begin bleken er regelmatig grote gaten in de wegen te zitten, gelukkig konden we dichterbij Nanyuki wat meer gas geven en na zo’n 3.5 uur kwamen we aan in het hotel. Daar bleek men variabele tarieven te hebben voor Kenianen, buitenlanders die in Kenia wonen en buitenlandse bezoekers. Verder een ok hotel, men had gratis draadloos internet, een tv met 1 kanaal (huh?) en er kon zes uur ‘s ochtends ontbeten worden. Dat deden we de volgende dag ook.

Zes uur ‘s ochtends is normaalgesproken hoogstens een tijdstip waarop ik nog wakker ben, maar volgens Nikolai (ochtendmens) moesten we vroeg weg om kans te maken leeuwen e.d. te zien. Ik paste me dus maar aan, want zo vaak heb ik niet de kans om op safari te gaan. En het werd ook nog voor me betaald, maar als ik de tarieven van tevoren gezien had…
Voor Kenianen iets van 5 euro, voor toeristen 60 euro!? Nikolai betaalde als goed gastheer zonder al te veel morren (hij vond het ook wel duur), maar als ik het van tevoren geweten had wat de safari zou kosten (hotel en benzine komt er ook nog bij) had ik gesuggereerd dat een goedkoper uitje ook goed zou zijn.

Overigens, ik snap de argumenten voor de variabele tarieven: Kenianen hebben (gemiddeld genomen) minder geld te besteden en betalen bovendien al via de belasting voor hun nationale parken (neem ik aan). Maar als dat in Kenia een gebruikelijke praktijk is, waarom waren ze in Kenia dan zo verontwaardigd dat de marathon in Utrecht min of meer hetzelfde deed, als in meer prijzengeld voor de Nederlandse lopers? Blijkbaar ‘is dat anders’ maar ik vermoed dat als Kenianen ruim tien keer zoveel inschrijfgeld hadden moeten betalen dan Nederlanders, de verontwaardiging net zo groot was geweest. Is het selectieve verontwaardiging en/of zelfs een vorm van racisme?

In het national park zagen we helaas geen leeuwen, maar wel diverse anderen dieren, zoals een olifant, giraf, zebra en een neushoorn:



En er was ook een nijlpaard, die we met gevaar voor eigen leven niet tegenkwamen:

Gevaarlijker werd het toen we in de modder vast kwamen te zitten (de auto van Nikolai had geen vierwielaandrijving).

Wat schrijft Wikipedia over de Afrikaanse buffel: “Hij is onvoorspelbaar en kan gevaarlijk zijn voor jagers en mensen die te dichtbij komen, soms met de dood tot gevolg.” Vijftig meter van onze auto stond een kudde:

Gelukkig stopte na een tijdje een toerbus in onze buurt en gingen een paar Kenianen met gevaar voor eigen kleding de auto wegduwen:

Weer een avontuur overleefd! Mijn schoenen waren er niet zo goed aan toe, al zijn die inmiddels weer in normale staat. Zo zagen ze er toen uit:

De volgende dag stond het Nairobi National Museum http://www.museums.or.ke/content/blogcategory/11/17/ op het programma, waar o.a. interessante tentoonstellingen over de geschiedenis van Kenia te zien waren. Ik heb geen foto van in het museum, maar wel een bewijs dat ik er (voor) geweest ben:

Er was nog tijd over die middag en aangezien ik op safari geen leeuwen gezien had stelde mijn gids van die dag (Kim) voor om naar de dierentuin te gaan. Dat leek me ook een prima idee. En het zat mee, het was net voedertijd:


Leuk aan de dierentuin was ook dat sommige apen los rondliepen. Zo jatte er eentje een lolly van een kind en ook vuilnisbakken waren niet veilig:


Eigenlijk is dit helemaal niet goed, ze hebben zichzelf een suiker/zoetbehoefte aangeleerd waardoor een menu van simpel groenvoer zoals blaadjes niet meer voldoet. Wel leuk voor het publiek natuurlijk…

Er waren nog wat andere dieren maar die waren wat minder fotogeniek (al vond ik het wel bijzonder dat ze twee op het oog gewone katten in kooien hadden), maar ik vond de dierentuin eigenlijk leuker dan de safari…

De volgende ochtend stond er niets op het programma en verschillende mensen vroegen of ze me mee op stap moesten/mochten nemen, maar ik had juist gepland om alleen op stap te gaan. Uitstapjes zijn leuk, maar alleen de omgeving verkennen ook (bovendien moest ik nog wat souveniers kopen, o.a. een in Nederland moeilijk verkrijgbare cd van de Nairobische band Sauti Sol voor mijn van wereldmuziek houdende moeder). Deze foto van een groot warenhuis heb ik illegaal gemaakt:

Ik weet niet waarom, maar nadat ik een foto had gemaakt keek riep een beveiliger boos naar me dat het verboden was te fotograferen. Ik liep maar snel door voordat mijn camera geannexeerd zou worden. Vermoedelijk angst voor terrorisme, bij de ingang moest ik ook mijn tas te laten zien. Ik had eigenlijk binnen ook foto’s willen maken, maar dat durfde ik niet meer…

Dan maar een foto van een supermarkt in het andere grote warenhuis van Nairobi:

Die hadden ook voetbalshirts (ongetwijfeld niet officieel, maar wel goedkoop) en dat kwam goed uit, zo kon ik ook voor mijn vader een cadeautje kopen. Missie geslaagd die morgen dus.

‘s Middags brachten we bezoek aan een school waar ze een schaakclub hadden. De school was in een arme buurt, een soort van sloppenwijk, zoals op je op de foto kan zien:

Maar heel arm zijn ze daar ook niet. Nairobi heeft vruchtbare grond, waardoor mensen geen honger hoeven te lijden, en het is fijn dat (hopelijk) alle kinderen naar school kunnen. De Britse invloed is op de scholen te herkennen, sommige scholen zijn alleen voor meisjes of voor jongens, en op veel scholen zijn schoolkostumen verplicht. Zo ook op de school die we bezochten:

Bij de schaakclub werd ik voorgesteld aan de leerlingen (maar ze hadden geen vragen of waren gewoon verlegen), ik praatte wat met de trainer (en gaf een paar suggesties voor training, zoals simpele spelletjes met een paar stukken spelen) en ik speelde een paar partijtjes. Maar het leukste was natuurlijk drop uitdelen en de reacties van de kinderen bekijken. Ze vonden het lekker!

Een meisje poseerde nog voor me toen ze zag dat ik een foto ging maken. Ze was zelf ook tevreden met het resultaat (al zou de foto beter zijn zonder achtergrond):

‘s Avonds de laatste training, daarna de gebruikelijke beleefdheden van de spelers dat ze veel geleerd hadden etc. (maar dat meenden ze ook wel) en de volgende ochtend (nacht) werd ik vijf uur opgehaald door Nikolai (zoals gezegd ochtendmens, dus heel veel medelijden was niet nodig) om weer terug naar huis te gaan. Het was een mooi avontuur!

 

Leave a reply