Avonturen in Kenia (2)

In mijn vorige verslag had ik verteld over de trainingsessies met de Keniaanse spelers, maar ik was er niet alleen gekomen om training te geven. Zo vaak komt er niet een grootmeester (de laatste keer was toen Nigel Short op vakantie was in Kenia, en daarvoor in 1990 toen John Emms training kwam geven) dus stond er in het weekend een simultaan (zaterdag) en een blindpartij (zondag) op het programma. Bij een simultaan is het vaak even onderhandelen over het aantal spelers: de organisatie wil vaak zo veel mogelijk, maar het moet wel in een bepaalde tijd afgelopen zijn. Nu kan het vrij snel gaan als er veel huisschakers meedoen, maar het kan ook heel lang duren als het allemaal sterke clubschakers betreft. In dit geval was de tegenstand zo tussen 1300 en 2150, en kwamen we daarom dertig borden en vijf aanschuivers overeen. Optimistisch dacht ik dat ik dat wel binnen vijf uur kon afronden. Dat viel wat tegen: er was maar een partij die ik snel won, en uiteindelijk duurde het (volgens twitter) 5 uur en 47 minuten (met 4.2 km afgelegd).

Van tevoren had ik de organisatie gevraagd of ze mij de sterkere spelers konden aanwijzen, en om het mij helemaal makkelijk te maken hadden ze die bij elkaar gezet. Als simultaangever is het lastig om op alle borden even geconcentreerd te zijn en dus zijn er borden waar je uit de losse pols zetten doet, en ook borden waar je extra je best doet. Van de sterke spelers was ik extra gefocust op de (door een lange busreis vermoeide) nummer 1 van Oeganda, Harold Wanyama, en juist tegen hem won ik heel makkelijk. Of zoals hij het correct uitlegde: “I was outprepared in the opening”.

Op een ander bord liet ik me juist weer trucen om de concentratie te verliezen. Dame en loper op de lange diagonaal, dat moest wel winnen, en toen mijn tegenstander meteen antwoordde op mijn zetten dacht ik dat hij dat deed omdat hij op zou geven nadat ik met Dh8+ en Dxc8 een toren sloeg die mijn vrijpion op c7 blokkeerde. Hij bleek echter een andere bedoeling te hebben: met een paardoffer forceerde hij eeuwig schaak. Op de foto de situatie een paar zetten eerder:

Op een van de andere borden moest ik ondanks een pion meer in een eindspel nauwkeurig spelen om remise te maken (en dat lukte), maar er was zelfs een bord waarin ik twee pionnen achter was gekomen. Wat doe je dan in zo’n geval? Proberen de partij te rekken en het je tegenstander moeilijk maken. Vervolgens snel alle andere partijen afronden, en dan is het 1 tegen 1! En zo geschiedde met de volgende stelling op het bord:

De pionnen op a3, b2 en d7 stonden er al een tijdje. Het zou gewonnen moeten zijn voor zwart, maar zijn pogingen dat aan te tonen had ik steeds weten te pareren. Dus probeerde hij iets anders: 1…Tb6? 2.Tc5+ Kd63.Txg5 Hij begon nu lang na te denken. 3…Tb8 is de enige zet, en dan moet het nog wel remise zijn, al kan ik dan proberen toren/loper tegen toren te winnen. Hij deed echter 3…Ke7 en hoewel ik wel eens in zo’n situatie een tegenstander remise gegund heb, was ik nu keihard: 4.Te5+ 1-0. 34 uit 35 dus, een goede score.

De volgende dag stond de blindpartij op het programma, tegen gelukkig maar 1 speler, Ben Nguku (geschatte rating 2150). Men had mij nog willen verleiden om er een blindsimultaan van te maken, maar gezien het vriendenprijsje dat ik voor mijn diensten had gerekend (?) vond ik dat ik ze een dergelijke inspanning niet verschuldigd was. Een enkele partij blind spelen vond men sowieso al indrukwekkend, al stelt het natuurlijk niets voor, tijdens een partij moet je varianten tenslotte ook blind berekenen. Toch merkte ik dat er wel een verschil is: als je tegenstander aan zet is willen je gedachten wel eens afdwalen, en dan is het handig als je een geheugensteuntje hebt wat betreft de actuele stelling van de partij in de vorm van een visuele representatie. Bij een blindpartij is het dus zaak om goed geconcentreerd te blijven (wat niet zo erg meeviel, want mijn tegenstander dacht lang na, gelukkig was het een rapidpartij). Ik boekte een overtuigende overwinning, althans, dat dacht ik, maar de computer is kritischer.

Ik keek hier naar 15.Pxf7 Kxf7 16.Df3+ maar na 16…Kg8 17.Lxd5+ e6 leek me dat niet zo duidelijk. Veel sterker is echter 16.Dh5+ g6 17.Lxd5+ Kg7 18.De5+ en zwart kan opgeven. Ook 15.Df3 was een optie die ik overwoog, maar ik dacht dat hij dan nog kon verdedigen met 15…Le6. Dan wint wit echter met 16.Pc6. Enfin, ik rokeerde, en na 15.0-0 e6 16.Dh5 (16.Df3 +-) g6 17.Df3 f5 18.Te1 Le7 19.Pxd7 Txd7 20.Txe6 Pac7 21.Te2 0-0 was ik van plan 22.La2 te doen, maar onderbreking van de arbiter voorkwam dat: mijn tegenstander was (ondanks het Fischer-tempo met 10 seconden per zet erbij) door zijn vlag gegaan. Ik dacht dat ik in de slotstelling nog heel goed stond, maar volgens de computer zou het voordeel na 22.La2 grotendeels verdwenen zijn. Waarschijnlijk had ik met ogen open toch een stuk meer gezien (pun intended).

Na de simultaan vertrok ik met Nikolai en Mehul naar Nanuyk voor een safari, maar daarover meer in het laatste deel van mijn verslag!

 

One trackback

Leave a reply